Land door ijs en zee

Land door ijs en zee

Vorming stuwwal

Land door ijs en zee

Wie meer van het Wieringer landschap wil begrijpen, moet
zich verdiepen in de geschiedenis van het eiland.

Dit “verdiepen" kunnen we zeer letterlijk nemen. Stel we graven boven op het eiland een gat. We zullen dan ontdekken dat de kern bestaat uit zand overdekt met een compacte massa van leem, zand en keien (keileem). Het zand was ten tijde van de voorlaatste ijstijd reeds ter plekke aanwezig en is door het ijs opgestuwd. Het keileem is echter over honderden kilometers aan de onderkant van het landijs meegevoerd en gaandeweg verpulverd en versmeerd.

Een groot deel van dit keileem is weer verdwenen door de zee, want ooit heeft Wieringen aan Texel en Gaasterland vastgezeten.

Klimmen we uit onze denkbeeldige kuil, dan merken we dat het keileem bedekt is met een laag zand van een halve tot anderhalve meter dik. Dit zand wordt ook wel dekzand genoemd en het kwam hier terecht in de laatste ijstijd.

Graven we een nieuwe kuil in één van de laaggelegen kogen, dan duurt het wat langer voor we op het keileem en het dekzand stuiten. We komen namelijk eerst enkele decimeters klei, zavel en veen tegen. Deze klei, zavel en veen zijn afkomstig uit de periode na de laatste ijstijd (vanaf 10.000 jaar geleden). Het klimaat werd warmer en vochtiger en de zeespiegel rees. Aan de voet van de keileemheuvels werd door de zee klei afgezet. Er ontstonden kwelders, zoals nu nog het Balgzand. De voormalige kwelders vormen de hedendaagse kogen en polders. Van tijd tot tijd verplaatste de kust zich naar het westen, omdat de zeespiegel daalde. Dan kreeg veenvorming een kans. 

Wieringen werd dan een eiland in een zompig, uitgestrekt veenlandschap. Op enkele plaatsen, zoals in de Hoelmerkoog en Polder Waard-Nieuwland, kun je nu nog veen in de ondergrond aantreffen.