Plek voor natuur
Plek voor natuur
Net zoals de mens in de loop der eeuwen zijn plekje op het eiland heeft gevonden, heeft de natuur dit ook gedaan. Voor de natuur gaat het echter niet alléén om droge voeten. Wieringen kent om meerdere redenen unieke plekjes (biotopen) voor unieke planten en dieren. Eén van de bijzonderheden van Wieringen is z’n ligging aan zee. Voor veel vogels ligt dit eiland op de route van het hoge noorden naar het verre zuiden. En zij schromen dan ook niet om hier, nabij de voedselrijke Waddenzee, een lange pauze in te lassen. Andere vogels komen speciaal hier naar toe om te overwinteren.
De zee heeft nog een tweede belangrijke invloed op de natuurwaarden van het eiland, namelijk die van het zoute water. Hoewel het eiland niet meer geheel door zeewater omringd wordt, weet het brakke grondwater nog op veel plaatsen door te dringen. Zo is zelfs in Polder Waard-Nieuwland de invloed van het brakke kwelwater nog merkbaar. Een laatste oorzaak voor de veelheid aan biotopen is de geologische opbouw van het eiland. De regen die op de heuvels valt, zakt weg in het dekzand, maar stroomt af over het slechts doorlatende keileem. Dit water treedt vervolgens aan de voet van de heuvels uit, als zoet, voedselarm kwelwater.
Het regenwater dat over de flanken van de keileemheuvels door het dekzand afstroomde, werd opgevangen door de zogenaamde walsloten. Dit zijn sloten die evenwijdig gegraven zijn aan de heuvels, om de lager gelegen kogen enigszins te vrijwaren van wateroverlast. Tegenwoordig doen deze walsloten dienst als belangrijke aanvoerkanalen van inlaatwater. Door grote hoeveelheden water vanuit het IJsselmeer in te laten heeft het water een voedselrijker en minder zoet karakter gekregen.
De gevolgen hiervan zijn zichtbaar in de flora en fauna. Soorten van zeer zoete, zeer voedselarme omstandigheden zijn geheel verdwenen. Op enkele plaatsen zijn nog wel typische planten van zoet, matig voedselarm water te vinden. In de zoete walsloten kwamen in tegenstelling tot brakwatersloten veel insecten voor.
Ondanks het bestrijden van de wateroverlast door middel van walsloten waren de kogen nabij de heuvels in het verleden zeer vochtig. De graslanden waren hierdoor minder geschikt om te worden beweid en werden voor het merendeel gebruikt als hooiland. Door het aanwezige micro-reliëf, waren er tal van gradaties in vochtigheid en daarmee in plantensoorten. Ook werden deze hooilanden niet of nauwelijks bemest. Al met al bracht dit een grote rijkdom aan plantensoorten met zich mee. De hooilanden werden gekenmerkt door kleurrijke planten van voedselarme, vochtige omstandigheden.
